Naar inhoud springen

Vertrouwen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Niveaus van vertrouwen zijn hoger in landen met een lagere economische ongelijkheid

Vertrouwen is de vaste overtuiging dat een gewenste omstandigheid, waarvan de beheersing buiten de eigen macht ligt, zich voor zal doen.[1] Op vertrouwen moet een beroep worden gedaan als over de omstandigheid geen zekerheid gekregen kan worden. Als zekerheid bestaat is vertrouwen overbodig.

Vertrouwen impliceert dat men bereid is een zeker risico te lopen: er is de mogelijkheid dat de gewenste omstandigheid zich niet zal voordoen. Vertrouwen is meer of minder terecht, al naargelang de rationaliteit van de aannames waarop het is gebaseerd.

Zo kan men uitstekend op vakantie gaan naar de Shetlandeilanden, maar niet zonder meer vertrouwen op een zonnige strandvakantie; men moet zelf onderzoek doen naar de te verwachten omstandigheden.

Bij afhankelijkheid van een ander, moet men zich vergewissen van diens vaardigheid, en de wil om het gewenste te doen. Bovendien moet men een goed beeld hebben van de betrouwbaarheid van de persoon, en van de redelijkheid van hetgeen men verlangt. Vertrouwen kent in deze context daarnaast een wederkerigheid: de ander moet voldoende betrouwbaar zijn, maar moet tevens de belanghebbende de inspanning waard achten.[2]

Vertrouwen heeft in zowel sociale als psychologische zin verschillende connotaties.[3] De gangbaarste definitie van vertrouwen[4] bevat de volgende elementen:

  • Bereidheid van een persoon of groep om afhankelijk te zijn van de daden van een andere persoon of groep.
  • Geloven dat een ander eerlijk is of dat iets goed zal gaan.[5]
  • Verwachting van een persoon dat degene die hij/zij vertrouwt zal handelen op een manier die hem/haar niet zal benadelen, met het risico in een nadelige positie te belanden indien de ander dit vertrouwen schaadt.
  • Zelf niet weten, en zich verlaten op een ander.

In de sociologie en psychologie vormt de mate waarin twee groepen elkaar vertrouwen, een maatstaf voor het geloof in de eerlijkheid en aardigheid van de ander. Vertrouwen speelt een belangrijke rol in bijvoorbeeld familiebanden, relaties, binnen bedrijven en andere sociale groepen. De gave van mensen om in te schatten of iemand te vertrouwen is, kan worden teruggevoerd op een neurobiologische structuur en activiteit in de hersenen.[6]

De sociologie beschouwt vertrouwen als essentieel voor de sociale cohesie van een samenleving, als iets wat elke samenleving nodig heeft. De sociologie richt zich sinds 1980 sterk op de positie die vertrouwen inneemt binnen een gemeenschap[7].

De psychologie omschrijft vertrouwen als “geloven dat de persoon die men vertrouwt zal doen wat men van hem verwacht”. Volgens psychoanalist Erik Erikson begint het opbouwen van vertrouwen al in de eerste twee levensjaren. De mate waarin geschonken vertrouwen wordt bevestigd of geschaad kan op latere leeftijd van grote invloed zijn.[8]